Heup

Femoroacetabulair impingement.

1.Wat is Femoroacetabulair impingement?

Bij FAI is er een afwijkende vorm van de heupkop en/of de heuppan waardoor er een conflict tussen de gewrichtsoppervlakken ontstaat. Er bestaan 2 type letsels, een CAM en een Pincer letsel. Bij een Cam letsel situeert de afwijking zich hoofdzakelijk ter hoogte van de heupkop ( fig 1), bij een Pincer letsel is er vooral een probleem ter hoogte van de heuppan door al te veel overdekking van de heupkop (fig 2). In de meerderheid van de gevallen betreft het echter een combinatie van beide. Dergelijke letsels veroorzaken pijnklachten door een beenderig conflict en kunnen leiden tot scheuren in het labrum en kraakbeenslijtage in het heupgewricht. Deze zouden op termijn de oorzaak kunnen zijn van vroegtijdige artrose of slijtage van het heupgewricht.

cam pincer

2.Klachten

De typische pijnklachten bij dergelijke letsels zijn activiteitsgebonden liespijn en een bewegingsbeperking ter hoogte van de aangetaste heup. De test waarbij de heup gebogen en het onderbeen naar buiten gedraaid wordt is vaak pijnlijk (fig 3). De pijn wordt vaak uitgelokt door sporten met korte draaibewegingen, zoals voetbal, rugby, gevechtssporten, tennis, … Ook dagelijkse activiteiten zoals het aantrekken van schoeisel en het in- en uitstappen uit de wagen kunnen pijnklachten geven.

fa001

3.Behandelingsmogelijkheden

Afhankelijk van de ernst van de klachten kan geopteerd worden voor een conservatief of een operatief beleid.
Indien een conservatief beleid (dwz niet-operatieve aanpak; rust, ontstekingsremmers, eventueel infiltratie ter hoogte van de heup) onvoldoende resultaat geeft, kan een chirurgische ingreep voorgesteld worden waarbij de anatomische verhoudingen van het heupgewricht hersteld worden (fig 4 en 5)

Dit kan gebeuren via een arthroscopie of kijkoperatie. De uiteindelijke bedoeling van deze ingreep bestaat erin om de pijnklachten te verhelpen en vroegtijdige slijtage van het heupgewricht tegen te gaan.

Fig 4:
fig4

Fig 5:
fig5

4.Operatietechniek

Dergelijke ingrepen gebeuren meestal onder volledige narcose. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een speciale operatietafel ( tractietafel) om de heup gedeeltelijk uit de kom te kunnen trekken. Door een drietal kleine insneden in de huid worden de camera en de instrumenten in de heup ingebracht en kunnen de letsels gevisualiseerd en aangepakt worden.

De ingreep bestaat meestal uit 2 delen. Eerst wordt het heupgewricht zelf geïnspecteerd en worden labrum- en kraakbeenletsels behandeld. Dit gedeelte van de ingreep vereist tractie op het heupgewricht. Tijdens het tweede gedeelte van de ingreep kan de tractie gelost worden en wordt het perifere gedeelte van de heup (rondom de heuphals) geïnspecteerd en wordt de botaanwas ter hoogte van de heuphals verwijderd (fig 7 en 8).

Op het einde van de ingreep worden de kleine openingen gehecht en wordt het verband aangebracht.

Fig 6: labrumsutuur
fig6

Fig 7: CAM resectie
fig7

Fig 8: CAM resectie
fig8

5.Wat na de operatie

De wonden mogen droog verzorgd worden, en de hechtingen kunnen na 15 dagen door je huisarts verwijderd worden.
De eerste tien dagen zal u een spuitje toegediend krijgen om een trombose te vermijden. Dit kan gebeuren door thuisverpleging. Hiervoor zal u een voorschrift meekrijgen. Daarnaast zal voldoende pijnmedicatie voorgeschreven worden bij ontslag uit het ziekenhuis.
De eerste twee weken na de ingreep dient u de geopereerde heup te ontlasten door met krukken te stappen. Onmiddellijke mobilisatie van de heup (fietsen op de hometrainer) is aangewezen, om de heup terug soepel te maken. Extreme bewegingen en sport worden de eerste maanden best vermeden.

Een arbeidsongeschiktheid van 6 weken is te voorzien na een dergelijke heelkundige ingreep.

 

6.Mogelijke complicaties

Elke operatie brengt de kans op een complicatie met zich mee. Na een heuparthroscopie kunnen de volgende complicaties ontstaan.
Algemene complicaties:

  •  Wondinfectie in het operatiegebied
  • Trombose, longembolie

Specifieke complicaties:

  • Postoperatieve zwelling: vaak zien we de eerste dagen na een dergelijke ingreep een zwelling ter hoogte van het dijbeen, die meestal vrij snel verdwijnt.
  • Zenuwletsels: het gebruik van de tractietafel kan leiden tot een verminderde gevoeligheid ter hoogte van de schaamstreek. Deze is meestal voorbijgaand, en wordt vermeden door deze zone maximaal te beschermen tijdens de installatie.