Heup

Wat is een totale heupprothese?

Revisie van totale heupprothesen

Het vervangen van een heup prothese

 

WAT IS EEN HEUPREVISIE ?

Met de nieuwe generatie heupprothesen mogen we verwachten dat bij meer dan 95% van de geopereerde patiënten deze prothese na 10 jaar nog prima is en bij 80% na 15 jaar. Toch kan het gebeuren dat een vroeger geplaatste heupprothese los komt. Het zijn de slijtagepartikels die vrijkomen uit het kunstgewricht die ervoor zorgen dat de fixatie van de prothese stilaan minder goed wordt. Soms wordt het bot brozer door ziektes of osteoporose waardoor de heupprothese loskomt. Bij een revisie wordt deze losse prothese vervangen door een nieuwe prothese die terug goed vastzit. Dergelijke ingreep wordt een REVISIE genoemd.

Deze techniek komt in aanmerking voor jonge, nog actieve patiënten met aantasting van het heupgewricht. Dit kan zijn ten gevolge van artrose (slijtage) of necrose (afsterven) van de heup. Bij resurfacing wordt de heupkop niet verwijderd zoals bij een klassieke totale heupprothese. Hier wordt de kop - na het wegnemen van het zieke kraakbeen - bedekt met een metalen heupkopprothese. In het bekken (acetabulum) wordt eveneens het aangetaste kraakbeen weggenomen en wordt een metalen pan (cup) cementloos gefixeerd.

Heuprevisie voor

WANNEER WEET JE DAT EEN PROTHESE LOSZIT ?

Het is niet altijd onmiddellijk duidelijk of een prothese loskomt of niet. Daarom is het belangrijk dat er regelmatig een radiografie wordt genomen. Deze laat uw chirurg toe om tijdig eventuele tekens van loslating te zien zonder dat er al extreem botverlies is. Indien er twijfel is wordt soms een botscan genomen. Sommige patiënten krijgen opnieuw pijn in de lies of in de dij bij stappen. Andere patiënten voelen de prothese echt verspringen. De meeste mensen merken dit echter maar in een laattijdig stadium. In zeldzame gevallen is het botverlies zo uitgesproken dat er een spontane breuk optreedt. 

DE INGREEP

Tijdens de revisie wordt de losse prothese verwijderd en wordt een nieuwe - dikwijls grotere - prothese geplaatst. Er wordt steeds gestreefd om de revisieprothese zo stabiel mogelijk te plaatsen in het bot zodat na de ingreep er direct volledig op de nieuwe heup mag gesteund worden. Niet bij iedereen is de loslating van die aard dat alles moet vervangen worden. Soms moet enkel de steel of de kom worden vervangen, soms gaat het enkel om het kopje of de plastic in de kom. Als de volledige prothese moet vervangen worden duurt de operatie ook langer. Omdat het bloedverlies bij een langere ingreep ook groter is beschouwen we een revisie toch als een zware ingreep. Het herplaatsen van een nieuwe prothese is niet altijd eenvoudig en dergelijke ingrepen kunnen dan ook soms meerdere uren duren.

WAT ZIJN DE RISICO'S VAN DE INGREEP ?

Heuprevisie naDoor het verhoogde bloedverlies is dergelijke ingreep belastend voor hart en longen. Voor , tijdens en na de ingreep zal u hartfunctie en bloed regelmatig gecontroleerd worden. Bloedtransfusie kan nodig zijn. Verder is er een verhoogd risico op infectie. Tijdens en na de operatie worden er antibiotica toegediend om dit tegen te gaan. Er wordt gewerkt in uiterst steriele operatiezalen en de chirurgen dragen een ruimtepak. De kans op luxaties of ontwrichtingen is ook verhoogd. Daarom zal de chirurg een trager revalidatieschema voorstellen, waarbij men langer met krukken dient te stappen. Het risico op thrombose of flebitis wordt tegengegaan door het gebruik van laag moleculaire gewicht heparines ("spuitjes in de buik") en speciale kousen. Deze preventie wordt 6 weken aangehouden.

HOE ZIET DE REVALIDATIE ERUIT ?

In tegenstelling tot een klassieke heupprothese, ziet de revalidatie van een heuprevisie er minder gestandaardiseerd uit. Afhankelijk van de uitgebreidheid van de ingreep, zal de chirurg beslissen in welke mate er kan gerevalideerd worden. Dit kan gaan van een normale revalidatie met 2 krukken gedurende 6 weken tot een veel tragere revalidatie waarbij de eerste 2 maanden een zekere voorzichtigheid wordt ingebouwd. In ieder geval is het zo dat het volledig herstel van een dergelijke ingreep tot ongeveer 6 maand kan duren.