Knie

Arthrose van het kniegewricht

Wat is het ?

Bij arthrose verdwijnt het kraakbeen in de knie.

In het begin vermindert de elasticiteit van het kraakbeen en er ontstaan kleine scheurtjes in het kraakbeen. Deze onregelmatigheden op het kraakbeen geven wrijving waardoor de problemen naderhand toenemen.

Men onderscheidt 4 graden in de kraakbeenletsels (classificatie van Outerbridge):

  • graad I : het letsel presenteert zich als 'en zachte plaats - het kraakbeen is enkel wat verweekt
  • graad II : er zijn oppervlakkige scheurtjes in het kraakbeen
  • graad III : de scheuren zijn nu echte kloven
  • graad IV : er zijn 'echte gaten" in het kraakbeen die doorlopen tot in het bot, liggend onder het kraakbeen.

De redenen waarom het kraakbeen dunner wordt , zijn divers. Verschillende factoren spelen een rol : ouderdom, asafwijking van de benen, reuma, vroegere ongevallen, familiale factoren.
De slijtage is dikwijls geconcentreerd aan ofwel de buitenzijde ofwel de binnenzijde van de knie.
Indien de arthrose zich vooral situeert aan de binnenzijde van de knie krijgt men vooral O-benen (varus)
Indien de arthrose zich vooral situeert aan de buitenzijde van de knie krijgt men vooral X-benen (valgus)

Door het verlies van kraakbeen worden de bewegingen van de knie pijnlijk.
Door de pijn beweegt men de knie minder en gaat de spier ook verzwakken.
In het begin is er vooral startpijn, later worden lange wandelingen en lang stilstaan ook moeilijk. Dit vermindert de levenskwaliteit.

Belangrijk te weten is dat het probleem geleidelijk zal toenemen en de toestand niet zal verbeteren met de leeftijd. De vraag of best wel of niet wordt geopereerd dient wel overwogen te worden beantwoord.  

 

Behandeling

Niet operatieve behandeling

Kan in het begin volstaan. Een aantal maatregelen kunnen de klachten onder controle houden: pijnstillen en ontstekingswerende medicatie kan zinvol zijn. Deze moeten niet continue worden genomen.

Veelal kan dit gebeuren bij opstoten van pijn.

Daarnaast kan ook een injectiereeks worden gegeven met hyaluronzuur. Meestal geeft dit ook een tijdelijk effect, zeker indien de arthrose nog niet te zeer is uitgesproken (Ostenil / Adant).

Een sporadische injectie met cortisone kan eveneens helpen als "depannage".

Inname van voedingssuplementen: Glucosamine kan nuttig zijn - resultaat onzeker.

Andere maatregelen:

  •  gewichtscontrole, gewichtsverlies
  •  eventueel gebruik van brace en steunzolen.

De operatieve behandeling behelst 3 alternatieven:

  • osteotomie
  • unicondylaire knieprothese
  • totale knieprothese

Osteotomie

Door de arthrose kan dikwijls een asafwijking in het been optreden. Het gaat om een O-as of een X-as. De beodeling van een osteotomie is om de juiste as van het been te herstellen en er zo voor te zorgen dat het gewicht meer op de gezonde zijde van de knie terecht komt.

  • Valgiserende osteotomie:

De meest voorkomende asafwijking betreft de O-been afwijking (varus). In dit geval is de slijtage vooral aanwezig aan de binnenzijde van de knie. Hierdoor gaat geleidelijk aan meer en meer gewicht door de binnenzijde van e knie gaan, hetgeen de afwijking en de pijn nog doet toenemen.

Bij de ingreep wordt aan de buitenzijde van het scheenbeen, juist onder de knie, een wig weggenomen zodat de as van het been opnieuw kan worden gecorrigeerd. Hoeveel wordt gecorrigeerd bij deze ingreep (aantal graden) wordt voor de ingreep uitgetekend door de chirurg. De incisie voor deze ingreep ligt aan de voor-buitenzijde van het scheenbeen.

Deze ingreep gebeurt klassiek onder algemene verdoving.
U verblijft hiervoor in het ziekenhuis gedurende een 2 à 3-tal dagen.

Unicondylaire knieprothese

Indien slechts één kniecompartiment aangetast is door de arthrose, kan in sommige gevallen een halve knieprothese geplaatst worden. Deze ingreep is aangewezen bij personen ouder dan 60 jaar met een nog stabiele knie. Het aantal indicaties voor deze ingreep is beperkt. Dit vooral omdat het resultaat van deze ingreep niet altijd voorspelbaar is.

Gezien het gaat om een halve knieprothese is natuurlijk ook het herstel veel eenvoudige en sneller dan bij een totale knieprothese. Bij de ingreep wordt het zieke en versleten kraakbeen aan de aangetaste zijde weggenomen en vervangen door een prothese.

Hiervoor verblijft u een 3 à 4-tal dagen in het ziekenhuis. Onmiddellijk na de ingreep kan worden gestart met revalidatie. Het lidmaat mag normaal worden belast van zodra mogelijk.