Knie

Totale knieprothese

Tips voor thuis

Bij deze tips worden ook enkele hulpmiddelen voor thuis getoond. Of u deze nodig hebt of niet is voor iedereen verschillend. De ergotherapeute van het ziekenhuis kan dit met u bespreken tijdens de opname. Niet iedereen heeft hulpmiddelen nodig !

1. ZITTEN

Zorg voor een stoel die voldoende hoog is, met een goede rugleuning en armleuningen.
Een diepe zetel is in het begin te vermijden.

U kan, zo nodig, gebruik maken van een kussen in de rug.
Bij het rechtkomen of gaan zitten op een stoel gaat u als volgt te werk :

  •  sta met uw rug naar de stoel.
  •  hou de armleuningen met beide handen vast.
  •  zet het geopereerde been iets voorwaarts.
  •  zet het niet-geopereerde been goed tegen de stoelrand.
  •  laat u neerzakken of duw u op met de armen.
  •  als u niet beschikt over armleuningen, steun dan in het begin op de tafel of
  •  een stevig steunpunt. In het toilet kan eventueel een handvat worden aangebracht (steunbeugel).

2. RECHTSTAAN EN OMDRAAIEN

Bij het rechtstaan plaatst u de voeten wat uit elkaar; zo staat u steviger op de benen. Steun steeds op beide voeten.

Indien u zich wenst om te draaien dient u de voeten te verplaatsen. Het bovenlichaam draait gewoon mee met de voeten. U draait dus niet alleen het hoofd en het bovenlichaam.

3. GEWICHT DRAGEN

Het dragen van zware gewichten is in het begin natuurlijk niet aangewezen.

  • hou de last dicht bij het lichaam.
  • verdeel de last eventueel in 2 kleinere delen.
  • gebruik een boodschappenwagentje of eventueel een reiskoffer op wielen.

4. VOOROVERBUIGEN / IETS OPRAPEN

Van zodra u kan, mag u door de knieën buigen om iets op te rapen of om bijvoorbeeld uw schoenen dicht te doen. Is dit nog te pijnlijk, hou u dan vast aan een stevige steun en verplaats uw gewicht op het niet-geopereerde been. Hef het geopereerde been naar achter en buig dan voorover. Hiervoor kan u eventueel ook gebruik maken van een "helpende hand ".

5. IN EN UIT BED KOMEN

Een te laag bed bemoeilijkt het rechtstaan of het neerzitten.

In het bed komen:

  • zet u neer op de rand van het bed en schuif achterwaarts naar het midden.
  • steun met beide handen op de matras.
  • hef nu beide benen gelijktijdig op en draai bekken en romp in het bed .
  • indien nodig kan u het niet-geopereerde been onder de hiel van het geopereerde been brengen. Zo kan u het geopereerde been opheffen.

Uit bed komen

  • breng hoofd en rug recht door u af te duwen met de handen op de matras.
  • hef nu beide benen gelijktijdig op en draai bekken en romp uit het bed.
  • u zit nu terug op de rand van het bed en kan zo rechtstaan.

Hulpmiddel:

De voet van het niet-geopereerde been kan onder de hiel van het geopereerde been wordt gebracht vooraleer u uit het bed draait. Zo kan u het geopereerde been makkelijk optillen.
Bij het in- en uitkomen van het bed worden de krukken niet gebruikt. U doet dit met de handen op de matras.

6. SLAAPHOUDING

U slaapt het best op de rug.
Vooral tijdens de hospitalisatie is het van belang de knie goed te strekken.
Laat daarom het geopereerde been liggen aan het voetuiteinde.

7. WASSEN

Aan de lavabo zet u een stoel waar u makkelijk op en af kan. Leg alles bij de hand.
In de douche dient u voorzichtig te zijn dat u niet wegglijdt bij het in- of uitstappen. Zorg nu dat u
Om niet uit te glijden in bad of douche kan u gebruik maken van een handvat aan de muur, een antislipmat, een douchestoeltje.

Hoe stap ik in en uit het bad?

Om in het bad te stappen zet u zich neer op de rand van het bad of op een stoel, iets hoger dan de badrand is, en die tegen de zijkant van het bad staat.

  • Breng de beide benen één voor één over de rand van het bad.
  • Sta nu recht in het bad en ga dan zitten op de badplank of het badzitje.
  • Om uit het bad te komen staat u recht van badplank of badzitje.
  • Ga op de badrand zitten of op de stoel naast het bad.
  • Breng nu één voor één de benen over de badrand en sta recht.

8. AANDOEN EN UITDOEN KLEDIJ

Om gewrichten te ontlasten kan men zoveel mogelijk neerzitten of steunpunten zoeken bij het aan- en uitkleden.

Om een broek aan te doen steekt u eerst het geopereerde been in de broekspijp; daarna het niet-geopereerde been.
Het aandoen van kousen kan in het begin moeilijk zijn. Leg de voet van het geopereerde been over het andere been of op een bankje.
Schoenen: een goede schoen is belangrijk. U draagt best een gesloten en platte schoen. Eventueel kan u gebruik maken van een schoentrekker met lange steel of een laarzenknecht.

9. OP- EN AFGAAN TRAPPEN

De eerste weken gaat het op- en afgaan van de trap trede per trede.

Opgaan van trap:

  1. Hou u vast aan de leuning van de trap en neem de kruk in de vrije hand.
  2. Zet uw voet van het niet-geopereerde been op de eerste trede.
  3. Steun op de voet op de eerste trede en op de hand aan de leuning.
  4. Zet nu de voet van het geopereerde been, samen met de kruk ook op de eerste trede.
  5. U staat nu met beide benen en de kruk op de eerste trede.

Afdalen van trap:

  • Hou u vast aan de leuning en hou de kruk in de vrije hand.
  • Zet de kruk een trede lager.
  • Zet nu de voet van het geopereerde been op dezelfde trede als de kruk.
  • Breng de voet van het niet-geopereerde been naast het andere.
  • U staat nu met beide voeten en de kruk een trede lager.
  • Zo gaat u trede per trede naar beneden.

Het is de bedoeling dat u na enkele weken, na voldoende krachtherstel, terug de trap kan nemen zoals vroeger.

10. IN EN UIT DE WAGEN STAPPEN

Zorg ervoor dat de wagen niet te dicht bij de stoeprand staat zodat u op hetzelfde niveau staat als de wielen. Dit is makkelijker om in en uit te stappen.

Instap in wagen:

  • Zet de zetel zo ver mogelijk achteruit zodat u plaats hebt voor de benen.
  • Sta met de rug naar de auto gekeerd en zet u neer.
  • Draai met de benen, zo dicht mogelijk bij elkaar, naar binnen in de wagen.
  • Als u chauffeur bent zet u nu de zetel in de juiste positie.

Uit de wagen stappen:

  • Zet de zetel weer achteruit.
  • Draai de benen zo dicht mogelijk bij elkaar naar buiten.
  • Steun met de handen op het dashboard en de rugleuning en sta recht.
  • Er bestaan draaikussens voor de autozetel.

Eventueel kan een kussen met overtrek gebruikt worden in glad materiaal om makkelijker te draaien.
Hoe hoger het chassis van de wagen hoe makkelijker het in- en uitstappen.

11. HET DOEN VAN SPORT

Fietsen

Kan zodra de knie voldoende plooit. Meestal is dit 110°.
Het is aan te raden eerst een aantal maal op een hometrainer te fietsen vooraleer de gewone fiets te nemen.
Om te fietsen gebruikt u de eerste week een damesfiets met een lage opstap.
Zet het zadel op de gepaste hoogte (hoog genoeg). U moet met de voet ook nog aan de grond kunnen. Een te laag zadel maakt de beweging van de knie moeilijk.

Zwemmen

U moet wachten tot de wonde helemaal genezen is. Vermijd geforceerde bewegingen in het water.
Wandelen in het water is eveneens zeer nuttig.

Wandelen is een aangewezen sport.
Sporten met groter impact - lopen - balsporten zijn tegen aangewezen.