Knie

Traumatische kraakbeen letsels

Wat is het ?

Het betreft hier letsels thv het kraakbeen die veroorzaakt zijn door een ongeval. Dit in tegenstelling tot kraakbeenbeschadiging door arthrose / slijtage. Deze traumatische kraakbeen letsels kunnen op langere termijn evenwel evolueren naar arthrose.

Deze letsels kunnen optreden thv de 3 kraakbeen oppervlakken aanwezig in de knie : de onderkant van het dijbeen, de bovenkant van het scheenbeen, de achterzijde van de knieschijf.

Het kraakbeen heeft elastische eigenschappen die zorgen voor het opvangen van de schokken en stoten.

Het kraakbeen heeft zelf geen doorbloeding. Het krijgt zijn voeding vanuit het gewrichtsvocht. Om deze reden is het ook erg kwetsbaar.

Het kraakbeen kan worden beschadigd door één enkel trauma (een sprong) of door repetitieve kleinere trauma.

 

Wat zijn de symptomen ?

De knie is gezwollen. Bij een zwaarder trauma is er veelal ook bloed in de knie aanwezig.
Soms zijn de klachten beperkt tot wat vocht en af en toe blokkage fenomeen.

Diagnose:

Deze is gebaseerd op het verhaal, het onderzoek en ook een bijkomend NMR onderzoek van de knie.
Bij een eventuele arthroscopie kan het nog het meest duidelijk in het licht worden gesteld.

 

Behandeling

Er kan worden geopteerd voor een conservatieve behandeling (geen chirurgie).
Hier zijn klassieke maatregelen aangewezen :

  • quadricepstraining om het kraakbeen te ontlasten
  • steunzolen met ophoging aan de gekwetste zijde
  • kraakbeen supplement : Glucosamine preparaat
  • lang staan en wandelen beperken
  • injecties met Hyaluronzuur.  (OSTENIL)
    Deze injecties worden in een reeks van 3 tot 6 maal gegeven, elke keer met 1 of 2 weken tussenpauze. Het betreft een gel die essentieel bestaat uit Hyaluronzuur. De bedoeling van dit Hyaluronzuur is dat er een film wordt gelegd over de scheuren en het gekwetste gedeelte van het kraakbeen. Deze gel vormt dan een stramien waarop eigen kraakbeenweefsel zich kan gaan enten. Het nadeel hiervan is de kostprijs, veelal is het effect slechts tijdelijk
  • gewichtscontrole

Operatieve behandeling:

Hier bestaat 3 verschillende technieken :

  • icepicking
  • mozaiekplastie
  •  kraakbeen transplantatie

Icepicking

Hier gebeurt een arthroscopie van de knie.
Nadat de loshangende kraakbeenflarden zijn verwijderd door één van de kijkgaatjes, worden met een scherpe els gaatjes geklopt in het onderliggende bot.
Hierdoor ontstaat bloeding uit het bot zodat beenmergcellen naar de oppervlakte komen en zich ter plaatse kunnen omvormen tot kraakbeen producerende cellen. Het aangemaakte kraakbeen is hier evenwel littekenkraakbeen en functioneel van mindere kwaliteit dat het echte kraakbeen.
Het aangemaakte kraakbeen is in dit geval fibrocartilagineus en te beschouwen als littekenweefsel.
Het schokdempend vermogen is beperkt.
Deze techniek wordt veelal aangewend als de grootte van het kraakbeenletsel beperkt is en als de verwachtingen naar de knie toe niet te hoog zijn.
Het betreft hier een arthroscopie dewelke gebeurt in het dagziekenhuis.
Na de ingreep mag het lidmaat slechts beperkt belast worden gedurende een 3-tal weken.
De knie kan ook een tijdje gezwollen blijven en de werkonbekwaamheid is gemiddeld een 4 à 6-tal weken.

Mozaiekplastie

Het letsel thv het kraakbeen wordt eerst helemaal "gereinigd". Eens men zicht heeft op de grootte van het kraakbeen worden op een plaats waar het kraakbeen niet belast wordt (naast de knieschijf) met een holle boor enkele kraakbeencilinders genomen. Deze cilindertjes bestaan aan de oppervlakte uit kraakbeen met het onderliggende bot eraan vast. Deze cilindertjes worden dan geplaatst in het kraakbeendefect nadat ook hier enkele tunneltjes zijn geboord. Op deze manier wordt het grote defect onderverdeeld in enkele kleine defectjes (tussen de pluggen) die gemakkelijk kunnen overgroeien door middel van littekenkraakbeen (fibrocartilago).

kraakbeenletsel in gewrichtKraakbeen GreffeNa mozaiekplastie

Het onderliggende botweefsel groeit snel vast in het botweefsel eromheen.
Deze ingreep kan gebeuren via een kijkoperatie of een open ingreep (waarbij het kniegewricht wordt geopend over een lengte van een 7-tal cm. De ingreep gebeurt in het dagziekenhuis.
Na de ingreep is een 3-tal weken steunverbod aanwezig (plantar touch toegestaan) om het getransplanteerde kraakbeen te laten vastgroeien.
De werkonbekwaamheid bedraagt dan ook al snel 6 à 8 weken.
De sportonbekwaamheid bedraagt minstens een 12-tal weken.

Kraakbeentransplantatie:

Dit is allicht de techniek van de toekomst. Het betreft een herstel in 2 tijden. Tijdens een eerste kijkoperatie wordt een stukje kraakbeen weggenomen bij de patiënt zelf. Meestal wordt dit genomen naast de knieschijf.
Dit stukje kraakbeen wordt dan in het labo "gekweekt". Hierdoor ontstaat een cultuur van kraakbeencellen (chondrocyten).

Nadat op deze wijze een voldoende grote hoeveelheid chondrocyten is gemaakt worden deze cellen tijdens een 2e ingreep ingebracht in het defect van het kraakbeen. Deze cellen dienen te worden bedekt met een klein stukje weefsel om te vermijden dat ze los vallen in het gewricht. Deze techniek is in opkomst maar de resultaten zijn nog onzeker.

Groot probleem momenteel is nog het "stabiel" maken van de kraakbeenstructuren.
Men ziet dat de aangemaakte kraakbeencellen veelal snel ontaarden naar gewoon bindweefselcellen.
Een tweede probleem is een vliesje dat de kraakbeencultuur moet beschermen in het kraakbeendefect. Dit geeft veelal ongewenst plaatselijk littekenweefsel.

Indien u voor deze ingreep in aanmerking komt, zal de dokter u hierover verder informatie bezorgen.

Welke van de 3 behandelingen voor u de beste is, zal op de raadpleging worden besproken.
In ieder geval is een kraakbeenletsel ernstig te nemen gezien het risico op laattijdig optreden van arthrose.

Het kraakbeen kan ook worden beschermd door een goede functionerend spiercorset rond de knie.
Hoe sterker de spieren, hoe minder het kraakbeen zelf moet werken.
Ook hier is het versterken van de quadricepsspier en de hamstringspieren (voor en achter de knie) van essentieel belang.